Is het verstandig om te draaien bij stuitligging?

Normaal gesproken ligt een ongeboren kindje met het hoofdje naar beneden, maar bij een stuitligging is dit net andersom dus met het hoofdje bovenaan in de baarmoeder en met de stuit (billen) naar beneden. Ligt je kind in een stuit, dan moet je keuzes maken. Ga je proberen de stuitligging te draaien of laat je de natuur zijn gang gaan?

stuitligging draaien of niet?

Een stuitligging komt in de beginperiode nog veel voor. Rond de 20-25 weken ligt 1 op de 3 baby’s in stuitligging en 8 weken voor de uitgerekende datum is dit nog 10 tot 15 procent. De foetus draait zich soms vanzelf om, tegen het eind van de zwangerschap. Omstreeks week 30 ligt de baby meestal in zijn of haar definitieve positie. Rond de uitgerekende datum ligt dan ook nog maar 3 tot 5 procent van de baby’s in stuitligging.

Als je je hebt voorbereid op een thuisbevalling in je eigen vertrouwde omgeving, dan kan het een domper zijn als je hoort dat het een medische bevalling wordt. Als je kind in een stuit ligt, mag je in Nederland namelijk niet thuis bevallen. Dit is zo omdat er een vergrote kans is op complicaties.

Soorten stuitligging

verschillende stuitliggingen

Er zijn 4 verschillende soorten stuitligging:

  • Voetligging: één beentje of beide beentjes liggen naar beneden, zodat een voetje of twee voetjes lager ligt dan de billen.
  • Onvolkomen stuitligging: de beentjes liggen helemaal omhoog naast het lichaam.
  • Volkomen stuitligging: de baby ‘zit’ in kleermakerszit. De benen zijn gebogen en de voetjes liggen bij de billen.
  • Half onvolkomen stuitligging: één been ligt helemaal omhoog langs het lichaam en het andere been ligt gebogen naar beneden zoals bij een volkomen stuitligging.

Oorzaken stuitligging

  • Afwijkende stand van de baarmoeder of de bekken
  • Voorliggende placenta of vleesboom bij de bekkeningang
  • Korte navelstreng
  • Aangeboren afwijking van de baby, zoals een groot of juist klein hoofdje

Draaien of niet?

De eerste keuze die je moet maken als je baby in stuit ligt, is of je wilt proberen om het kindje te draaien. Dit wordt vaak geadviseerd door zowel verloskundigen als gynaecologen.

Sommige verloskundigen draaien zelf en soms verwijzen ze je door naar het ziekenhuis. Bij het handmatig draaien, probeert de verloskundige of arts uitwendig het kind vast te pakken en te kantelen. De meeste vrouwen vinden dit een enge gedachte. Maar vooraf en achteraf wordt er een echo gemaakt en achteraf meestal ook nog een hartfilmpje van het kind. Meestal vinden zwangeren het heel erg meevallen.

De meest geschikte zwangerschapsduur om een kind te draaien is rond de 36 tot 37 weken. Eerder is de kans groot dat het kind weer terugdraait. In principe kán het draaien tot vlak voor de bevalling, maar dat is onder meer afhankelijk van de grootte van het kind en de hoeveelheid vruchtwater. Soms kan er ook niet gedraaid worden omdat de baby ongunstig ligt.

Je krijgt voorafgaand aan de draaiing een injectie in je bovenbeen of bil met een weeënremmend middel om ervoor te zorgen dat de baarmoeder niet samentrekt. Een mogelijke bijwerking hiervan is dat je hartslag versnelt en je last van hartkloppingen krijgt. Na een paar uur is het middel uitgewerkt en verdwijnen deze bijwerkingen weer.

Het is belangrijk dat je zo ontspannen mogelijk ligt en je buikspieren niet aanspant. Soms is een kussen onder je knieën prettig. Als je een goede houding hebt gevonden, pakt de verloskundige of arts het kind vast.

Met één hand pakt hij daarbij net boven uw schaambeen de billen van het kind en probeert deze omhoog te drukken. De andere hand pakt aan de bovenkant van je buik het hoofd van het kindje en probeert dit naar beneden te duwen. Op deze wijze duikelt het kind tot het met zijn hoofd beneden ligt. De duur van het draaien kan verschillen, van minder dan 30 seconden tot soms meer dan 5 minuten.

Gaat het om je eerste kind? Dan is het draaien lastiger dan bij een tweede of derde baby. De baarmoeder en buikwand zijn dan namelijk nog stevig. Gemiddeld lukt het in 40% (eerste kind) tot 50% (bij tweede kind of meer) van de gevallen om een kind te draaien.

Andere oplossing: Moxatherapie

Acupunctuur en dan met name Moxatherapie. Moxa is een onderdeel van acupunctuur en de Traditionele Chinese Geneeskunde. Het is een behandeling met een moxastick van een acupunctuurpunt op het lichaam. Een moxastick heeft veel weg van een flinke sigaar.

Als je hem aansteekt, verspreidt hij over het acupunctuurpunt een intense warmtestraling die erg aangenaam is en zeker niet pijnlijk. Zwangere vrouwen met een baby in stuitligging kunnen vanaf de 33ste week beginnen met moxa-therapie.

De acupuncturist verwarmt de zijkant van de kleine teen, in acupunctuurtermen Blaas 67, gedurende vijftien minuten met een moxastick. Deze behandeling is zeer eenvoudig en ook thuis uit te voeren met behulp van de partner. Dit, omdat zwangere vrouwen in die periode van de zwangerschap niet zo makkelijk meer bij hun kleine teen kunnen. De moxa-therapie moet gedurende twee weken dagelijks worden herhaald.

Soms wordt er beweerd dat je zelf ook oefeningen kunt doen om je kindje uit de stuitligging te halen, zoals lang op je knieën zitten. Hiervan is het effect niet officieel bewezen.